De Parel
Zei een oester tegen een naburige oester:
'Ik heb heel erge pijn van binnen.
Ze is zwaar en rond en ik verkeer in nood'.
De andere oester gaf met
hautaine zelfingenomenheid ten antwoord:
'Geloofd en geprezen zijn de hemel en de zee,
ik heb geen pijn van binnen.
Ik ben gezond en wel van binnen en van buiten'.
Op dat ogenblik kwam er een krab voorbij
die de twee oesters hoorde.
Hij zei tegen de ene die gezond en wel was
van binnen en van buiten:
'Ja, jij bent gezond en wel,
maar de pijn die je buurvrouw te dragen heeft
is er een van bijzondere schoonheid'.
Kahlil Gibran